Zijn overhemd, blauwwit gestreept en met korte mouw, en zijn
handen om een menukaart, zijn peinzende blik achter

de brillenglazen en zijn zwijgen, ook deze ochtend, terwijl zij,
nieuw in deze stad, met haar vinger dingen

aanwijst, dat wil ze wel en dat, het plein nog onbetreden en de
zon nog nergens en de ober nog drukdoende met

tillen en sjouwen om het terras op te bouwen en daar, aan de rand
de bekende bij wie hij vorige week vertelde verliefd

te zijn, een beetje buiten adem en alweer, ja, maar dit keer zonder
details en gulzigheid, alleen iets van

hoogbejaard, een camper op een veldje, een schorre hond en veel
kinderen die het er niet mee eens zijn. Gelukkig

loopt zij door zodat hij haar niet hoeft voor te stellen en maken ze
er later een grapje over, zijn eerste keer op die plek.