Van heel ver komen, gewoon omdat de droom nog doorgaat terwijl
de handelingen van de ochtend zijn, een automatisme,

het instinct, de uitgesleten passen maar het beeld dus een ander, een
woord nog ergens onderweg, wat doen de ouders

van de oude dichter B. daar, die kunnen toch niet meer leven, en waarom
vragen ze naar zijn betekenis, ruiken ondertussen aan mijn

haar en zuchten ach die hippielucht, die droeg ook hij, en worden ze
zwaar aan mijn schouders, dat uitleggen is toch

sowieso overbodig, waarom de weg weer kwijtzijn en de thuiskomst
uitgesteld en andere namen vergeten en toch willen

vertellen, dat past helemaal niet in een vers, nog even dan, een kwartiertje
langer blijven liggen en proberen hen te helpen terwijl,

en dan toch achter dit scherm komen en alleen dichter B. zien als een
hulpeloos kind dat voor het eerst zichzelf voorleest.