O lief, waar heb je me verborgen? Achter welke stapel, onder welk
bed, achter welke deur, in welke ruimte, waar in

je hoofd, je lijf, je verzameling, achter welke reden, welke uitleg,
welk gebaar, welke leugen, welke herhaling.

Waar kan ik zoeken en mezelf terugvinden, zie ik daar een glimp van
een jurkje, een schoen op het dak, een oorbel aan

de lamp, een schreeuw in een geluidsbestand, een foto aan een punaise,
een tasje zonder hengsel, drie boeken over hetzelfde

onderwerp, een hartje van lippenstift op je badkamerspiegel, lange haren
in het stof. Hoor ik het krassen, zuchten, verplaatsen,

verschuiven, slepen, neerzetten, zo klein als een muis, zo zwart als een
vogel, zo groot als je lievelingshond, je stem die me toespreekt,

zie ik je huilen, grijnzen, de ramen openzetten, naar me blazen, zie ik
daar iets terug, beweegt daar iets, daar boven op je?