Vroeger bouwde hij haar een bedje naast het zijne, haar voeten
op het salontafeltje, haar lijf op een plank, desnoods

haar billen naast hem op de bank, het beddengoed van weken
daarvoor, en nog altijd bereid het goede voorbeeld

te geven, zo tegen de middag en met gekookte eitjes en koffie
in haar sterkte. Nu ligt er een voorraad in

het midden, boeken van het plein die beslist allemaal nog gelezen
worden, oude lampen die het allemaal nog doen,

alleen nog even aangesloten moeten worden, een trein waarvoor
geen rails, en zo nog vier exemplaren, een koffer met

de pyjama van zijn dode vader en bovendien kan je niet over die
stapel naar het toilet of je moet springen en de plank

als een soort circusattribuut gebruiken. En wie kan er slapen met
al die herinneringen en hopen dat ze nog eens van pas komt?