In haar kamers is het net zo druk als in haar hoofd. Ze drukt haar
handpalmen tegen haar slapen zoals ze tegen haar

muren drukt, vergeefs, om meer ruimte te krijgen. Ze zegt dat ze
al zo oud is maar ze lijkt een weifelend kind dat niet

kan kiezen van het schoteltje op tafel, drie bonbons, drie stukjes
koek en een taartje met aardbei dat ze ook nog naar het

midden schuift omdat ze hoopt dat haar bezoek de keuze maakt.
Soms hebben we alleen een luisterend oor in

de aanbieding. De fiets tegen het raam, het mandje nog vol aan
het stuur. Alle jaren stapelen zich op, zegt zij.

Er is nog maar een wand wit. Naast me op de bank is een plekje
vrij, benen languit en een spinnende poes maar de tijd

is bijna op, zegt zij. Eenmaal thuis stuur ik haar een berichtje dat
ze een voorbeeld is maar ik ben er niet meer zo zeker van.