Als hij hier komt, is hij veilig. Ze zou hem beschuitjes voeren in
het donker en spookjes laten bewegen op de tocht,

lapjes stof die ze voor de ramen had gehangen, ze zou zachtjes
zingen en hem opnieuw toedekken, ze zou treinen

nadoen die door tunnels reden compleet met wolken stoom en ze
zou bladzijden omslaan die ze net voorgelezen had,

ze zou vertellen over haar vader en hoe hij boven de open motorkap
stond en niet wist wat hij moest doen en vragen of hij

wilde meekijken, ze zou avonturen verzinnen die ze nooit beleefd
had, ze zou bessen plukken uit de tuin en die een

voor een in zijn mond laten glijden, haar vingers erachteraan, haar
tepels, en ze zou hem houden zoals ze nu al jaren doet,

terwijl hij zwijgt en wakker ligt en liever nooit meer, maar dat deed
ze niet, ze wilde gewoon altijd en dat hij veilig was.