Iemand die in de loden luchten gelooft en de geluiden van de
ochtend, iemand die vraagt of ik nog van hem houd,

iemand die mijn naam herhaaldelijk noemt, iemand die me van
achteren vasthoudt terwijl ik stoelen stapel, tafels

over de vloer schraap, in alle leegte op het podium zit en me
voorstel hoe het er straks uit gaat zien en dat straks

zwelt aan tot geroezemoes en een cello en accordeon, een orgel
en een drumstel, hangt boven het publiek en gaat dan

de achterdeur uit, waar zwarte zware gordijnen nawuiven, de
wand met boeken het geluid versterkt en de eerste

bierflesjes naast de stoelpoten verschijnen, welgevormde woorden
door welsprekende dichters, de schrijver is ook een

dichter, en dat kun je niet worden, dat ben je, omdat je in de loden
luchten gelooft en de geluiden van de ochtend.

 

foto © Linda Rooker, Reuring in de Alkenaer, 3 februari