De armpjes van S. komen nog best ver als hij ze wijd doet en
voor de deur van zijn mamma gaat staan. Hier,

zegt hij streng, mag niemand naar binnen, ze werkt. Vroeger
had ik een vodje aan een punaise met ‘sssstttttt…..’

erop, ik geloof dat dit een betere bescherming biedt. Ook L.
spreidt zijn armpjes maar nu voor de slaapkamerdeur,

er zit niets anders op dan ook met wijde armen te gaan staan,
ik neem de trap. Verboden, zeg ik grimmig.

We lachen alle drie op hetzelfde moment en even later hangen
ze om nek en benen en zijn ze via mijn

hijskraansysteem beneden. Daar maken we de gordijnen open,
leggen zes broodjes naast elkaar, krijgen ze

een likje boter op hun neusje en leer ik ze hoe een korstje een
traktatie wordt. Blij dat er geen briefje hangt op deze deur.