Ze dacht dat ze hem zag lopen. Het zwarte haar dansend op zijn schouders,
rode gympen onder smalle broekspijpen, ze wilde

rennen en roepen toen ze opeens heel zeker wist dat hij het niet kon zijn,
hij zou veel ouder zijn, allang dood of

en dus vertraagde ze haar pas en keek een heel andere kant op. Een kind
misschien of een dubbelganger zoals zij laatst

op het station aangezien werd voor die mevrouw die haar tasje kwijt was,
heeft u hem gevonden vroeg een ijverige puber

en dat zelfs haar oorbellen dezelfde waren. Ze zat wat onwennig tegenover
hem de lange rit en keek zelfs niet uit het raam,

ze wist zeker dat er niet meer van die bellen waren en hij begon over zijn
schooltijden en het huiswerk en wat of hij wilde gaan

doen als hij volwassen was. Een dunne ribbroek, dacht ze, en een shirtje met
een rockgroep erop en haarverf bij zijn slapen, uitlopend.