In plaats van woorden zouden het beelden zijn, zo’n koude ochtend
vroeg, zijn krullen nog donker en zijn lijf nog

opgevouwen op het mijne, want welke woorden zeggen het gemis,
duiden het verlangen, vullen het gat in het hart

nu tranen allang opgedroogd zijn, vingers verstijfd. In plaats van een
nieuwe afspraak, gaan we voorbij aan en we doen

alsof, we nemen een blonde man met steile haren die zoveel langer dan
ons nog net onder dit plafond past, hij praat

in het dialect van mijn dorp en prutst aan zijn motor, hij heeft niets met
herinneringen, houdt van geluid, was niet eerder

zo verliefd, meent hij. In plaats van poëzie komt er een heavy metal
muziekje, een helm en stevige laarzen, nog zes

kinderen en een echtgenote. Morgen proberen we weer die afdruk van
dat krullende lijf van eergisteren en rijmen we.