Om eerst even niets te doen. Alsof je de schade om je heen in je
op neemt, verdoofd door de klap, telt hoeveel

bomen nog rechtop staan, wat je aan geluiden hoort, welk lijf waar
hoort en of alle ledematen er nog zijn terwijl je

veilig in je bed ligt en probeert je kamer te onderscheiden, de weg
terug te vinden vanuit welke droom dan ook,

misschien nog even voelt met je tenen of je de ander tegenkomt.
Om eerst nog even met je hoofd te draaien,

te beseffen waar je bent, de deur open te doen en dan terug te gaan
in de hoop dat ook hij gearriveerd is terwijl de stilte

oorverdovend is, zijn krullen allang van de vloer geveegd zijn, het
spoor opgedroogd, je niet eens zeker weet of hij, en dan pas

de dag aanvangen, de kou voelen door je shirtje, jezelf zien in de
ruit naast je, de kastanjebomen, de contouren van de stad.