Drie rozen liggen naast de, door de regen, schoongespoelde steen
waar tegenover ik hen groet, dag jongens, zeg ik
en dat ik lang weggebleven ben, sorry, en ik kijk alleen maar naar
de namen en vergeet wat ik wilde zeggen of
niet vergeet maar als ik me voorstel hoe ze daar liggen en dat wat
er misschien nog van ze over is en hoe bloot en
koud en dat wat er over hen heen kruipt, maakt het immers niets uit
wat ik beweer, dan buig ik maar even en sla het
teken en pak de rozen op die uit elkaar vallen in mijn handen en
doe het deksel van de dichtstbijzijnde groene bak
open en verlaat de plek en loop de straat af van de herinneringen
en smalle randjes en gevaarlijk fietsen en
kom niemand tegen aan wie ik vertellen wil hoe het gaat, zelfs niet
later op de harde bank van familie die verjaart.
Reacties door alja
vaak ongewild
dank Frank
het verkeerde perkje
bij alles dat W. vertelt, zegt hij 'maak daar maar ...
hoe lief tegelijkertijd
dank Leonore
de 2e column voor de site van Pom Wolff
Hij is er nog, speelt piano en leest! Dank voor ...
mijn veiligheid
ik houd in alle opzichten meer van het suggestieve, x