Op de herhaalde poging kwam het aan, zei vroeger een vriendje, maar
het was natuurlijk niet de bedoeling dat hij

lastiggevallen werd door zo’n giebelend meisje dat niet wilde inzien
dat ze bij hem geen enkele kans had, hoe kwam

ze erbij dat hij, enzovoort, en ook zei hij, bijna plechtig, iets van dat
echte liefde wel onthouden zou worden of

behouden zelfs en dat van haar was blijkbaar niet serieus genoeg. Ze
was meteen opgehouden met lachen.

Ze was van de woorden maar het waren er veel te veel, cadeautjes maar
niets kon hij gebruiken, boe roepen om de hoek

van de straat en dertig keer langsfietsen zonder dat hij uit het raam keek.
Ze had een zuchtende vader gehad, dat zou het zijn,

en een moeder de nuffig de andere kant op keek, ze had zwijmelplaten
in haar collectie en dagboekjes van vilt, hartjes in een trommeltje.