Hij weet eigenlijk niet of hij zal gaan huilen als de ander dood is,
zegt hij. Hij weet niet precies wat hij zal gaan

voelen, niet precies wat hij moet voelen. Hij zoekt nu eerst nog, hij
wil geen ontmoeting, geen gesprek, hij wil

alleen weten of de ander er nog is, wat er in tussentijd gebeurd is.
Hoe hij eruitziet misschien. Of ze nog op elkaar

lijken, maar niet te dichtbij komen. Hij denkt dat hij nu al niets voelt,
maar dat is natuurlijk niet zo, waarom hebben

we het erover, hoe lang nu al niet is de laatste keer geweest. Ook tussen
ons. De ruimte die de ander inneemt, hoe we zachtjes

botsen terwijl er niemand loopt, hoe hij de ogen half dichtknijpt en
tuurt, alsof opeens daar, bij de volgende hoek.

Het is de voorbereiding, zich klaarmaken voor de herkenning, voor
zichzelf, voor het gemis, hechten aan dit leven.