Nooit is net zo’n vervelend woord als voorbij. Hij zou het nooit
gebruiken, dacht hij, maar zomaar

stond het daar toch. En kijk, dan ben je in één keer klaar. Je hoeft
het ook niet over te lezen, het dreunt in

je hoofd nog na. En snel was hij, dit keer. Nauwelijks twee tellen
na haar. Maar wat zei zij eigenlijk?

Maar het is wel eens goed. Als je nooit een plan hebt en eigenlijk
nooit een besluit kan nemen, is dit gewoon

verrassend. Het ruimt op, zoiets. Het geeft lucht, toch? Maar zo
voelt het niet. En dan al die regen, die wind en dat

het weer zo donker is ’s avonds. En in de ochtend. Maar misschien
kun je nooit ook gebruiken voor

boodschappen, alle afspraken en verzinsels, ongemak, de buurvrouw
verderop, opstaan. Jezelf. Er moet nog iets bij.