Opeens staan we in een heel opgeruimde winkel, struikelen we niet
meer over bezoekers, onderdelen, scheef

staande attributen, kunnen we niet ongestraft dwalen en ruiken vooral,
of tussendoor kijken naar de vuilste handen,

we schrikken zelfs van het blinkend bord waarop een heel andere naam
en lopen rechtsomkeert zonder dat iemand ons

naroept hoe leuk onze jas is en waarom het zo lang duurde alvorens we
kwamen, dat we spreken leken op mevrouw die en

die en rood was ie, he, onze tweewieler en iets te zwaar, zeker, merk en
adres volgden, ook al woonden wij allang ergens

anders, geeft niet maar waarom hadden we niets gezegd en datzelfde
geldt nu voor hem. Het verlies van zoveel bekends is

zelfs zwaarder dan het weggeven van die rode die nog verwees naar
de laatste auto van mijn pappa of mijn eigen snelheid.