Verzamelen, zegt de vriend, is voor hem het uitstellen van het
leven. Het niet nu doen maar het bewaren voor

die keer dat hij wel tijd heeft, alleen, zegt hij, die tijd is er niet,
dat blijkt nu. Iemand anders moet nu zijn

berging leeghalen en wat hem rest, is op zijn hurken waardevolle
boeken voor de stort behoeden, alsnog, en die

onder zijn bed leggen. Alleen werken zijn knieën niet mee en
dreigt hij om te vallen en onderdeel te

worden van het afvoeren naar elders, ik grinnik om het idee maar
het is niet als grapje bedoeld. Jij, zegt hij, bent

blijkbaar wel in staat om te genieten, bovendien is hier alles terug
te vinden en een weinig jaloers praten we dan maar

over de minuten misschien die hem verwijderen van orde en rust,
en de hulp die wellicht nu opgesloten zit onder zijn huis.