Waarom moet ik met dit weer toch altijd denken aan die ene
man die op blote voeten en zijn spierwit overhemd

iets te ver losgeknoopt vanuit zijn dampende bolide zich in mijn
koel waterhuis verstopte? Die vervolgens

in de nacht weer wegsloop omdat dan de wagen afgekoeld was
en zijn opwinding en de nacht zelf en in de

eerste bocht zijn sigaretten rolde en mij een bericht stuurde van
heimwee en volgende keer terwijl ik, zoals ik

beloofd had, een schuldeloze droom droomde waarin hij voor altijd
daar liggen zou. Waarom voel ik nog de warmte uit

dat overhemd en hoe hij even rilde als ik mijn handen vanuit de
kraag liet glijden naar beneden, hij dan mijn

polsen pakte alsof hij nog iets uitstellen kon, naar boven keek en
lachte en ik me draaide en losmaakte en dan op de knieën ging?