Over het plafond lopen de schaduwen van de takken en bladeren
in een grillig patroon van armen die steeds opnieuw

willen pakken, lichtvlekken door open deuren die dingen laten
zien die overdag onvindbaar zijn, de regen bijna

in huis, de ramen eindelijk schoon, de tekening steeds donkerder
tot de nacht met dichte ogen eindelijk de armen stilleggen,

geen beschuitjes met thee, geen liedje in de oren, geen fluistering
van een vertrouwde stem, geen kleine voetjes

kletsend over de vloer, geen kat die met een aanloopje op de benen
springt, geen vogel die roept, geen gesprek met

de achterblijvers, geen zoete droom, geen nachtlampje met roze en
groene en blauwe schijnsels, geen verhaaltje, geen

welterusten kus, geen gegrom in de ochtend als daar dan eindelijk
die ochtend is, het beest getemd, de bomen rechtop.