De vrouw naast me tikt met haar voet op de vloer tot haar man
zijn hand op haar knie legt, ze is vreselijk nerveus

en moet zeker nog een kwartier wachten voordat ze aan de beurt
is, ze kijkt me heel verlegen aan en probeert een

lachje, haar andere voet, pakt zijn hand en legt hem terug op zijn
been en begint een gesprek over wat ze zullen eten,

straks, vanavond, later, want dit, zegt hij, is zo achter de rug. Hij,
heel stoer, verzint een hele schaal patat of iets met

die zachte kaas van laatst, en zij komt niet verder dan hmmm en
wat knikken, het haar voor haar ogen. Ik mag al,

en als ik terugkom, zitten ze daar nog en ik zeg sterkte en succes,
en hij zegt reuze bedankt en zij kijkt even naar

niets en glimlacht. Ze doen alles samen, denk ik, en hij rijdt, zij
zit steeds zwijgend naast hem. Pasta, zegt ze opeens.