Er staat een auto op het grasveld, iemand is vannacht verkeerd
aangekomen, een bloemperk geknakt, terwijl de

bomen, groener dan ooit, druipen en hun best doen het uitzicht
te herstellen. De dakpannen zijn roder dan anders,

de bloesem lijkt vuilwit, de straat donkerder, de stad stiller. Een
kind tekent een regenboog, een ander maakt

kruimels van zijn boterham, een moeder fietst met lege zitjes,
iemand vraagt naar het merk van de auto, de kleur

is het nieuwe grijs, van bovenaf zouden we het kunnen versieren,
een deuk, een plas koffie, een likje verf. Een paar

sterke mannen en we kunnen weer verder. Deuren slopen en wonen
op de achterbank, verstoppertje spelen, kijken of

de claxon nog werkt, een hond naar binnen halen, plassen tegen
de wielen, vogels lokken. Had je daar maar niet moeten staan.