Soms is er niemand in dit betonnen blok. Geen deur slaat, geen
voetstap roffelt over de treden, geen sigaret
aangestoken halverwege. Er klinkt geen gebed, geen liedje, geen
kind en toch lijken we voorbereid op een enorme knal,
een ineenstorten van alle etages, de boomhut ontmanteld, wij in
het gras ver beneden. Met open mond alvast wachten
we het noodlot af. Soms blijft de mobiel dagen stil, er zijn zeker
vakantiebestemmingen, stijve vingers, andere
gewoonten, kwijtgescholden rituelen, we zijn vervangen wellicht.
Soms is het geluid van stilte door de open balkondeur
hetzelfde als een trillende vlaag van warmte, een dekbed weggeschopt,
een aankondiging van regen. Alle boeken zijn opeens
gelezen. Heel in de verte verschijnt alsnog een bewoner, we ruiken
benzine van een draaiende motor. Een klok tikt.
Reacties door alja
vaak ongewild
dank Frank
het verkeerde perkje
bij alles dat W. vertelt, zegt hij 'maak daar maar ...
hoe lief tegelijkertijd
dank Leonore
de 2e column voor de site van Pom Wolff
Hij is er nog, speelt piano en leest! Dank voor ...
mijn veiligheid
ik houd in alle opzichten meer van het suggestieve, x