Op elke foto staat hun duim omhoog. Bij het bordje eten, de nieuwe
korte broek, een opmerking van hun ooms, een vogeltje

in het bos, de slinger in de klas, terwijl hier dat symbool nooit nog
gebruikt is of zal worden maar gekozen wordt

voor zonnetjes, hartjes, feesttoeters of klavertjes vier en heel veel
vrolijkheid, blijdschap, liefde, hou van je en tot

snel. Het is niet zo ingewikkeld, zei S. (9) laatst, met andere woorden,
maak je niet zo druk, ze fietsen gewoon aan de goede

kant van de straat, eten hun bruine boterhammen met pindakaas als
lunch, sturen kaartjes naar hun vrienden overzee en

uitnodigingen voor logeerpartijen en zetten een wandje op zolder om
hun felbegeerde eigen kamer te maken, Terwijl S. (9)

niet zoveel ruimte nodig heeft, wil L. (7) al zijn pluchen beesten op
een rij. De boeken stapelen ze in de gang. Weer die duim omhoog.