Er zitten voor het eerst musici te spelen in mijn bloembed. Waarom
worden we met een zin als deze wakker, verwachten

we een aubade, horen we iemand zijn viool stemmen, komt het door
de optocht van de voetbalfans die door onze tuinen

trok onder begeleiding van rookwolken en ernstige knallen en haar
onwelvoeglijk taalgebruik, is het een flard van de

bonte droom die als iedere nacht ons bezighoudt, een overblijfsel van
het vergaderen in een te warme kamer waarin we eerst

moedig van repliek dienen maar later bijna vergeten zijn waarom wij
en daar, komt het door het uiteengescheurde huisvuil

dat in het veldje ligt en vermoeden we een weinig zachtzinnig gebruik
door een hondje, zijn baas en twintig meeuwen

of zijn het de trieste narcissen die met gebogen kop op het balkon van
deze boomhut vergeefs tetteren dat de lente begonnen is?