Een berichtje missen van de een geeft een lange app van een ander,
S. (9) vraagt wat ik morgen ga doen en somt musea,

restaurants en route door zijn nieuwe stad en geeft een smiley na
mijn bekentenis dat alle kerstkransjes al op zijn.

Zijn naamgenoot, vele malen langer, kan niet slapen en weet niet
waar dat aan ligt maar omdat dat een oud probleem is,

kan ik dat zo voor hem invullen, alleen slaap ik dan zelf natuurlijk
niet meer, leg de mobiel op de rand van het bed

en volg het groene stipje, online betekent immers in leven. Kerstblues
is eigenlijk een maandelijks begrip. In de volle trein

naar R. (32) heeft niemand het over iets, de piepjes en bliepjes komen
uit het apparaat, er staan wat schapen in een mistig veld,

zijn huis heeft drie kerstkaarten en een volle vriezer, er is niets, zegt hij,
zijn knuffels zijn warm en zacht, er kruipt een poes achter mijn rug.