In de straat hierachter hangt gelukkig nog de kerstverlichting en een
discobal van een tuinfeest, een lichtje in de grijze

dichte wereld. De omgekeerde terrasstoelen en de auto’s in de tuinen,
de plastic attributen rond de deuren zijn aan het oog

onttrokken, de vensters nog donker, alleen een kiertje licht bij de man
in de zijstraat en het lampje van mijn werktafel,

wat doen we hier? Over een uurtje staan we aan de waterkant te hopen
dat de pont vaart, de kapitein is niet de man in de kajuit

maar de oudere heer op de fiets met wie er iedere zaterdag een klein
gesprekje is. We houden van rituelen, we drinken

elke week koffie aan de overkant, we doen er steeds even lang over,
en elke keer zijn er complimenten over zijn kleding, de jas

blauw als de mijne, de knopen wit als de mijne, hij een hoed, ik een pet,
ach jij, zal hij zeggen, zij rekent er op. Ik ook, denk ik.