Een volle koelkast is als weten wat je moet schrijven, het lichtje
achterin schijnt door de aankopen als de lantaarn

op straat die net je werktafel verlicht, je weet dat je genoeg hebt
voor dagen, een week of twee hoef je niet

na te denken, je kunt gasten uitnodigen en elke dag bij de koffie
een koekje nemen en in bed bedenken met wat je

die avond zult eindigen. Even is die overvloed, dat gebaar van luxe,
een geruststelling, een moeder die haar rokken

bijeenhoudt terwijl ze de keldertrap afdaalt, je vinger door de rand
van de slagroomtaart, het toeschuiven van een idee,

een plan, een oplossing, tijdelijk dan wel. Zij duwt de deuren voor
je open met pannen op haar heupen, jij zet de borden

klaar, je vingers schrijven het vervolg, je naam in de hagelslag en
rond je mond de kruimels van geluk, je neus omhoog.