Iemand overtuigen van het tegendeel lijkt makkelijker te gaan in
een droom, het lijf warm, zwetend zelfs,

de beelden elkaar snel opvolgend en zelfs nog daar als we tussendoor
het toilet zoeken en langs de muur schuifelen

en weer terugvallen. Hoe hij dan zou zeggen waar was je nou en mijn
hand greep en even kneep, hoe in een donker

huis opeens het licht aangaat en je elkaar kunt wijzen op, natuurlijk
is het bewijs zoek in de ochtend. Alleen de buurman

met de krant op tafel en de grote lamp boven het kleedje en de letters
van het nieuws. Niet meer weten waar het over

ging of wie erbij was en wat het voordeel was van die stelligheid van
zoveel eerder, alleen met zeker weten

en veel kouder, rillend zelfs, en toch ook maar verlicht een verdediging
typen die nergens gevraagd wordt. Hij allang weer thuis.