Zet een belangstellende, jongere man aan tafel en de groep verandert.
Er verschijnen blosjes op de wangen, er ontstaat

rumoer, onrust en een giechel en iedereen doet beter zijn best. Vraag
hem om toestemming voor iets en het gemak waarmee

hij het geeft, brengt een lentegevoel, een uitdaging, een verlenging in
elke wedstrijd. Gewend als we zijn aan elkaar, is daar

nu een nieuwkomer aan wie we alles kunnen uitleggen. Het is geen
zoon en ook geen broer maar iets in hem raakt onze

familie zodat we allemaal naast hem willen zitten en in alle chaos waar
een lichte toon van ontevredenheid niet past, zijn we

dankbaar, morgen weer. Door lichte regen de stad verlatend, hij doet
zijn capuchon zelfs op, neigen we tot

berichtjes bij thuiskomst, veilig zijn we, we noemen de tijd die we
kwijtwaren en verlengen de rij en sluiten af met een hartje.