Het was een korte tik, een gekraak, een stilte daarna en alles in
misschien drie minuten, alsof een hand loslaat en

een glas op de grond valt, een poes van een balkon, een doffe
bons. Had je in de winkelruit gekeken, dan had je

haar zien verdwijnen achter het rechterwiel en je shirt had het
raam schoongepoetst omdat je

niet kon geloven dat dat gebeurde en in de volgende minuut waren
er al sirenes en haastige mensen. Later zeiden haar

ouders dat ze een zonnetje was, zo belangrijk voor de hele buurt
en natuurlijk veel te jong en hoe moeilijk het

was geweest haar te krijgen en er lagen bergen bloemen op die
hoek en jij stond nog steeds met je neus tegen de

ruit omdat je het niet kon geloven en het niet wilde zien. Het was
maar een korte tik en de stilte daarna was immens.