Het is aan de alleroudste vriend zelf de invulling te geven, hij belt
een dag van tevoren en feliciteert me, vandaag,

zegt hij, is het de dag en als ik hem bedank en zeg dat hij te vroeg
is, beweert hij nooit eerder klachten te hebben

gekregen en dus is hij precies op tijd, soms weet hij zelfs mijn naam
en ook al legt hij snel weer neer en gebruikt hij het

woord ‘live’ en een volgende keer, hij meent nog steeds dat ik net
volwassen ben en hij me zojuist de sleutels heeft

overhandigd van het pand waarin we samen werken, aan de zijkant
van de kerk, een romantisch afspraakje dat nu al

bijna vijftig jaar duurt, het hartje nog op de bewasemde keukenruit,
de fiets tegen het hek, alsof ik zojuist afgesprongen ben

en zijn lijf heb losgelaten, want het werk is inclusief bepaalde voor-
en nadelen, meende hij, dank je wel, zeg ik nogmaals.