Tussen het ene uur en het andere ligt soms een heel jaar en langer
zelfs. Te weten dat iemand je verwacht, zich afvraagt

waar of je blijft, maakt soms traag, leidt tot uitstel, niet omdat je
niet wilt maar omdat je niet meer durft.

Je stelt je de teleurstelling voor, je draalt desondanks, je wilt niet
echt dat de ander met zijn vingers trommelend op

tafel na wat tijd de schouders ophaalt en wegloopt maar je wilt ook
niet dat hij geduldig blijft zitten, het is als

groeten vanuit de verte, iets wel zien maar nauwelijks herkenbaar
en dan automatisch de hand opsteken en dan opeens

schrikken en met vingers diep in de zakken en licht voorovergebogen
flink doorstappen, opgelucht ademhalend als niemand

roept of fluit of de hond op je afstuurt. Of je draait zelf om en weet
even niet meer welke kant op het veiligst is.