Mijn vader die mijn laptop dichtklapt in een droom en ik die
boos word en mezelf hoor schreeuwen omdat

de tekst niet opgeslagen is en waar bemoeit hij zich mee en
mijn moeder die sussend knikt want waar gaat

het nu eigenlijk allemaal over en hij die wegrijdt dan en weer
overdreven claxonneert zoals bij elk vertrek, de

buren hebben het zeker gehoord, en ik schaam me voor mijn
kinderachtig gedrag en die schreeuw en dat

grenzeloze verdriet dat ik zelfs jaren later in een nacht nog voel.
Pas als ik al uren wakker ben en de armen om me heen

voel van een teruggekeerd kind uit een ver land met min vijftien
en in mist en vertraging en hij me zegt dat hij me

halen zal als ik ga, heus, is alles over. Waarnaartoe dan, vraag
ik want ik weet van niets, alleen dat hij thuis is.