Hij heeft het over zijn vrouwtje, het moet misschien aardig klinken
maar het is het bezittelijk voornaamwoord en

en de verkleining die het tenenkrommend maakt. Zijn stem verliest
meteen het beeld van de aantrekkelijke man,

alsof je jaren correspondeerde met een oom uit het Oosten die het
accent op het papier drukte en niet eens een ferme

handdruk had, je stuurde vergeefs kadootjes mee en maakte zelfs
een playlist van nummers waarvan we nu weten

dat die niet in zijn Opel pasten. De broek waarschijnlijk afzakkend
en klompen schoonschurend over de drempel,

het zilverwitte paard in de wei op dezelfde manier bekloppend als
dit of dat andere vrouwtje en ho roepend als ze

te ver uit beeld verdween terwijl zij nog droomde van een weide achter
het huis en alle kinderen bij elkaar om tafel achter de pannenkoeken.