Het is nog maar gisteren dat iedereen een fijne week toegewenst
kreeg, dat er sterkte gezegd werd of een zonnetje getekend,

dat er doorgenomen werd wat er moest gebeuren en gehoopt op
misschien andere afspraken, en nu zeg ik het opnieuw,

een heel goede week deze week. Het is nog maar eergisteren dat
het winter werd, we voorraad aanlegden, over Kerst

moesten nadenken en ik weet zeker dat het nog maar heel kort
geleden zomer was. Soms leef ik in omgekeerde

richting en volgorde, zoals boerenkool eten op een warme dag
en pepernoten in juli of zoals tegen de stroom in gaan

bij welk gebeuren dan ook, een rij breken, iets aarzelends versnellen,
zeggen dat ik loodgieter ben of warme bakker en niet,

per se niet, iets met woorden willen doen. Het is nog maar kort,
heel kortgeleden, dat ik beweerde schrijver te zijn.