De boekverkoper wijst op het lege schap en wijder, naar de
etalage. Daar zou dan een stapeltje kunnen staan

en liggen en er zou iets van reclame de bezoeker naar de
voorraad lokken, een kerstklokje dat luidt of

een grote ster boven de witte toren. In het schap zou de
dichter gesteund worden door het einde van de

rij stadsgeschiedenis en de muur, de hoek naar de tijdschriften,
vermaak kortom voor de argeloze. Er zou geen

enkele reden zijn waarom we geen succes zouden hebben.
We moeten alleen een derde van de prijs afdoen,

iets van kleur aanbrengen naast al dat wit, en nee, we krijgen
niet gratis de nieuwe Guust Flater mee.

Er is wel koffie en vaag is onze naam bekend. Werkte u
niet in de zorg? vraagt de verkoper.

 

 

De bundel het langzaam voorovervallen kunt u nog steeds kopen,
via mij of via uitgeverij P