Oma, vraagt S., heb jij wel eens een geheim? En terwijl ik
knik en het belang wil uitleggen van geheimen,

zegt ie ‘het begint met een P’. Nu weet ik omdat ik elke week
een keer op het schoolplein sta, de achteringang

voor de allerkleinsten, dat het de week van de P is. P, herhaal
ik nu en kijk hem aan, onmogelijk zonder ook

zijn broertje te zien die grijnst alsof er geen enkele letter meer
veilig is. Pizza, zeg ik, neeeeeee, zegt S.

Pannenkoek. Ook lekker. En terwijl ik doe alsof ik zoek, roept
de kleinste POEP. Natuurlijk is het allemaal niet

goed, bovendien moet je een geheim nooit hardop zeggen maar
oma’s zijn betrouwbaar, reuze zacht en handig

en beweren alles te kunnen, dus misschien. Hij fluistert het in
mijn oor, Pappa, zegt ie. Dat is een heel groot geheim

natuurlijk.