Als ik daar dan sta en hen de stilte van het dorp schets,
maken ze dan lawaai? Protesteren ze tegen

de koude van het graf waarin onze ouders liggen, de
zwarte vogels in de tuin, het aantal

buurmannen dat ik opvoer, het verlaten kantoorpand,
het geluid van de auto’s en het grintpad,

luchten die roze, lichtblauw of grijs zoveel lager hangen?
Maken ze misbaar, roepen ze hard dat

hun wegen daar niet liepen, ik daar niet geweest kan zijn,
herinneringen niet kloppen, spoken

mij bezweren en niet ongestraft dit soort uitspraken kunnen
worden gedaan? Als zij daar dan staan,

spreiden ze dan hun armen nog? Er komt een zanger, die
over de slager zingt, beloof ik hen, en

je hoeft mij niet te kennen, niet anders dan klein en blond
en schuilend onder jullie tafel.

 

(het is niet uitgesloten dat familieleden mijn bundelpresentatie bij gaan wonen)