Kromgebogen over hadden zij zich de longen uit het
lijf gehoest, oren stuk van het aanhoudend

en zuigend geluid van de machines, geen tijd en geen
behoefte met de hand de stof te koesteren

die zij produceerden, in het halfduister de meters tellend,
zich onbewust van het vernuft waarmee

de draden elkaar vonden, alles in eenzelfde kleur, geen
versierselen nog, een enkel kantpatroon wellicht

dat uit de geponste gaten viel door het licht van een
vroege ochtend. Nu mag ik niets aanraken.

Op poppen de stoffen uit mijn jeugd, mijn mamma’s
opengeslagen tijdschriften, haar

originele toepassingen op onze kinderlijfjes, spelden in
haar mond, ronddraaiend voor haar ogen.

Alles te willen voelen: de gestolpte plooi, haar hand, de
koele stof, de zondagse rust waarin wij het droegen.

20160805_131059

Textielmuseum Tilburg, 5 augustus 2016