Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: creaties (page 1 of 17)

verderop wacht de mens

Hij zegt dat de tekeningen op mijn lijf nauwelijks verkleuren,
hij trekt ze zelden na met zijn vingers maar heeft

het bloed zich zien vermengen met de inkt en het bloed is even
rood nog. De grimassen van pijn heeft hij

vastgelegd maar als hij zijn handen zou volgen, dwalend in de
verhalen, komt hij misschien om en valt hij

ergens tussen toen en nu en raakt hij besmeurd met verf en de
zachtheid van alles dat daaronder ligt. De

lijnen raken elkaar zoals dat iets dat terugkomt op zijn plek: het
lijf bovenop het mijne, het zwaard in

de schacht, het meisje in het vooronder, het brood op de plank,
de zin in het verhaal en het blauw dat

onder het zwart doorloopt in het groen, zijn oog op haar naaktheid
alsof hij haar voor het eerst zag, wit nog.

een nieuw optreden van mij

Hij maakt er een opname van, hoe kwetsbaar ik daar sta en met
mijn armen maai, hoe ik gil en me verzet, niet

hoe er tranen lopen onder de headset door of hoe misselijk ik mijn
evenwicht dreig te verliezen. Het is een spel

tenslotte maar de geluiden zijn niet geruststellend, de kleuren en
pijlen niet en ook mijn verblijf, daar

in die virtuele wereld, omringd door de geblokte ruimte waaraan
geen houvast, geen herkenning, geen route zichtbaar,

is allesbehalve een pleziertje. We houden je voor de gek, zegt hij
maar het is mijn kind, mijn allerkleinste kind die

briljant van de ene oever naar de andere springt en mij nu moet
beschermen in plaats van ik hem en ik moet

kijken wat hij doet zoals bij de torens die hij vroeger blok voor blok
hoger maakte en die – tot mijn verbazing – nooit vielen.

alleen de zwarte strepen

Vroeger was het antwoord nog stoutmoedig, ietwat vilein en
vol gespeelde overtuiging, nu is er bij voorbaat een

excuus, een knieval naar de tijd, een omslachtig gebaar al blijft
de inzet even hoog, voorspelbaar ook en zo

typisch vrouwelijk. In beide gevallen wordt er meewarig bijna
geglimlacht, we gunnen haar ook wat, ze is

lekker bezig, ach en kijk. Aangenomen wordt dat het nu rusten
wordt in een kabbelend stroompje, hier en

daar een bal redden of een verdwaalde badgast, het fluitje van
een cent, de uit het zicht verdwenen

horizon. Het tegendeel zou ernstig zijn, zielig ook, ongewenst
en zorgelijk alsof alles gepakt is voor de reis en

zij haar schoenen nog zoekt of opeens misselijk blijkt, de proviand
uiteraard al op, de kaart tot vliegtuig gevouwen.

boven de weke hals

In de dagen dat hij weg is, ben ik hem. Ik kijk naar mijn wanden
waar ik bloemen trok van houtskool en potlood en hoor

hem roepen ‘daddy, look, it’s a daisy’ en hoop dat hij dan later
tenminste iets van mijn kunsten wil, dat

iets van alles dat ik maakte hem iets doet maken zodat een ander
kan roepen ‘look’, ik stap op zijn kleine voetjes

en verken opnieuw mezelf, zijn grote donkere ogen volgen de
draad onder mijn naald, ‘i want to have it’ zegt hij,

hij zwaait een polsje onder een groen randje met bloemetjes tot
het teveel kriebelt, hij zit op zijn hurken

en duwt met mij de auto’s een tunnel door die we maken van
boeken en doek en als alles instort bouwen we

opnieuw. ‘Don’t worry, granny’, zegt hij maar dat zegt hij ook
tegen de kookwekker, het stelt evenwel meteen gerust.

(er is niet langer een zee tussen ons, wat scheelt als je niet
kunt zwemmen – mijn meisje is met man en zonen weer thuis)

daar maken we weer poëzie van

(in Arti et Amicitiae met de Jeanne Oostingprijswinnaars 2018 Bettie van Haaster en Henk Visch en de ontroerende installaties van Marie Ilse Bourlanges en Elena Khurtova onder de titel Dust to dust; het prachtige kleed op de trappen natuurlijk van Barbara Broekman)

te doen als altijd

Of ik nog even wil verklaren waarom en met welk materiaal,
vraagt een tentoonstellingscommissie, ik denk

aan fietsen door het weiland met rollen papier op de fiets, een
foto of twee in de mand, dubbelzijdig tape onder

de snelbinder en een licht fluiten van wind en mezelf. Ook zie
ik een bezoeker voor mijn werk door de knieën

gaan en mij vragen wat het thema is, ik ben nog jong daar en
niet van het uitleggen en roep stoer dat het

‘het leven’ is waarbij ik ook nog verwachtte dat hij zou knikken,
op zou staan en enthousiast met mij zou gaan

dansen terwijl hij alleen maar zei ‘dat is wel erg breed’. Je moet
jezelf niet achteraf willen duiden.

Hier zal iemand het papier gladstrijken en voor me op een trap
gaan staan en vragen of ik wil trekken aan de onderkant.

de open plek

Alleen te zijn binnen die steeds van kleur wisselende
muren, te dwalen zonder stemmen te horen

weerkaatsen tussen het licht en de kunst, de man achter
de bar schroeft het koffiezetapparaat uit- en

in elkaar, de tuinvrouwen liggen op hun beschermde
knieën in het gras naast de miniatuur

formaat schepjes en harkjes alsof het kinderen zijn op
een verplicht uitje, de vrouw achter

de balie gaat met haar vinger nog steeds langs de agenda,
tafels vol papieren liggen onaangeroerd

een volgende schoolklas te verwachten, misschien kan ik
nu iets recht hangen, in ieder geval hardop

praten en de serieus bedoelde pogingen ridicuul maken
dan wel me eigen en beschrijven wat ik zie.

 

Kranenburgh, 18 september 2018, 10.03

bevestigend knikken

Er is het grapje over de naam. Met mijn vinger wijs ik
waar de ‘open plek’ op mijn arm zal komen, ik

verzin wat pruimenbomen erbij, rijp van vrucht, een zon,
waterig, misschien een insect dat vriendelijk van

de huid afspringt, wegvliegt voordat het te laat is, lach dan!
Als ze eerst bang kijkt, stroop ik mijn mouw op

en toon de kleuren, noem de andere namen, zeg niets over
pijn en prijs, dan is haar angst afkeer, een

misselijk makende kilte die tegenover mij op alles daalt,
de rest van de week loop ik door vrieskou. Een

vraag ontbreekt, een discussie vermeden, ik heb alle leden
van een clan verraden blijkbaar, het is

nog erger dan gedacht. Ik moet het natuurlijk zelf weten
maar, en dat is het juist: ik mag dat beslist niet.

 

30 november 2011

een kwestie van voorbereiding

Dit keer zijn er beelden die beschadigd langs de kant
staan, sommigen onder een papieren zak,

schuifelend trekken we langszij. Gemompel van ontevreden
mensen, duwen in de rij, verdacht vaak

droom ik tegenwoordig over hem, en ja hoor, hij staat vooraan,
traag beweegt hij met de stroom mee. Om hem

te volgen moet ik op mijn tenen staan maar misschien was
dat wel niet de bedoeling. Zou je aan zo’n

zak mogen trekken? Liggen er brokstukken op de vloer?
Mag ik de stoet verlaten? Later loopt hij

langs het strand en zegt het zo prettig te vinden dat we zwijgen.
Ik krijg een hand bij het beklimmen van

de langgerekte trappen, slagroom op mijn koffie, er zijn geen
vragen over wat ik nu precies met kunst doe.

een permanente schuilplaats

vannacht viel mijn 1e collage van de muur;
moeheid, vermoeden we, omdat hij al vanaf
2001 hoog gehangen was

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑