In huis de geur van bloeiende hyacinten, het paars in de blauwe
ouderwetse schalen, alsof de buitendeur openstaat

en we de tuin van vroeger zien, blauwe druifjes die teer standhouden
en ver beneden ons de narcissen die tijdens de

Paasdiensten bij het uitgaan van de kerk werden verdeeld, wij in
nieuwe kleren, rokjes die uitwaaierden, jasjes met

zakdoekjes in het borstzakje, borduursels aan de rand van een bloes,
bij thuiskomst de tulband op het aanrecht, wit bestoven,

een bodempje koffie met een schepje slagroom uitlepelen en weten
dat dit een nieuw begin is, Halleluja roepen

te pas en te onpas, en dan misschien nog even mijn vader op het orgel
en mijn moeder met de etensschalen op haar heupen

en allemaal in de kamer en niet in de keuken en de kasten vol met
voorraad en beter ons best zullen doen bij alles, heus.