Dat als je voordat je de straat uit was, nog een keer omkeek en hem
daar zag staan, zoals je een kaartje kreeg met de

tekst dat hij veilig was, en dan weer weken gerustgesteld was maar
nu de straat leeg vindt en de datum kwijt bent waarop

dat laatste teken, je je opeens realiseert dat hij dood is en dus niet
langer veilig en nooit meer op diezelfde plek of misschien

voor altijd veilig maar gewoon nooit meer daar aan het einde van
je route, minzaam zwaaiend, zijn handschrift

dat aan het einde van de naam omhoogliep, het lange zwarte haar
in zijn hals dat altijd leek te dansen, zijn voeten

altijd bloot, de huid altijd sissend, dat je gewoon nooit meer hem
zult terugvinden en nooit meer gerustgesteld zult zijn

en dat je nog een kaartje terug had willen sturen met je omcirkelde
letters en het hartje op de punt en de drie kruisjes trillend.