De zilveren armbanden zaten strak om zijn pols en verschoven
zelfs niet toen hij door haar haar ging en met het mes

haar kortwiekte en zij op de vloer viel en een tapijt maakte met
al die strengen die kort daarvoor nog warm tussen

haar plooien vielen waarbij hij zei dat het heus nodig was, al
deze armoede, en zij het toeliet, dat was misschien

nog wel het ergste, zij keek en liet het gebeuren om later verbaasd
te schudden met al dat licht dat overgebleven boven

haar cirkelde en zelfs niet van plaats verwisselde met de wind
buiten of de hand die nog even naploos en verschoof

en toen hij zei hoe jong ze was, zoveel jonger nu terwijl zij nog
twijfelde aan hoe dat blijkbaar nodig was en waarom

hij dat eigenlijk besloten had, was zij benieuwd naar het geluid
van een armband die rinkelde in de beweging.