Er wordt weer bier geschonken, aarzelend
nu, een klein glas zoals er

weer demonen worden bevochten tijdens
een spelletje, roze neptieten

in piratenpak, de littekens schuil in de buik.
Bij bliksemflitsen sluit ik de ramen.

Het kind geef ik vrij af, ik buk weer voor
de losse flarden, kogelgaten

in de muur. De kat drapeert zich om mijn
benen. Ik draag weer kleding.

Bezoekers praten weer over zichzelf. Er
zijn huizen gekocht, mannen

verdwenen. De tenten zijn opgezet. Het
weer is elders beter, de liefde ook.

 

 

 

.