Het had anders gemoeten, zegt hij. Niet in een versje voor
iedereen maar in een persoonlijke brief, niet

in dat vermoeiend vloeiende rijm dat zo slecht te lezen is maar
in iets met punten en komma’s, hoofdletters aan het

begin en met aanhef ‘liefste’. In een enveloppe met omgekeerde
postzegel en hartjes bovenop de i, een huisje

in de linkerhoek, een vlinder als afzender of gewoon een letter
omgekeerd, en niet als bewijs van het

kunnen schrijven maar als teken van gemis, een komende afspraak
of iets anders moois in het verschiet, met misschien

een lokje haar of een reep uit een shirtje dat nog ruikt naar mij en
het parfum dat hij ooit gaf, een weinig spijt ook

en zonder die uitleg, gewoon een dikke brief die hij bovenop de
kast had kunnen bewaren, voor altijd, onder het stof.