Er is het grapje over de naam. Met mijn vinger wijs ik
waar de ‘open plek’ op mijn arm zal komen, ik

verzin wat pruimenbomen erbij, rijp van vrucht, een zon,
waterig, misschien een insect dat vriendelijk van

de huid afspringt, wegvliegt voordat het te laat is, lach dan!
Als ze eerst bang kijkt, stroop ik mijn mouw op

en toon de kleuren, noem de andere namen, zeg niets over
pijn en prijs, dan is haar angst afkeer, een

misselijk makende kilte die tegenover mij op alles daalt,
de rest van de week loop ik door vrieskou. Een

vraag ontbreekt, een discussie vermeden, ik heb alle leden
van een clan verraden blijkbaar, het is

nog erger dan gedacht. Ik moet het natuurlijk zelf weten
maar, en dat is het juist: ik mag dat beslist niet.

 

30 november 2011