Ze dragen bijna allemaal mijn zwart, het
grijs daarboven, losjes. Van

rode tafels wordt steeds een stoel meegenomen.
Terwijl hun kringen wijder worden,

blijf ik strategisch achter. Het is een spel
en grappig om te zien, het

voelt als gymlessen en niet gekozen worden en
giechels achter de hand.

Zou bij één van hen de gedachte leven dat
kunst ons verzoent met

elkaar en de dood? U mag ook hier zitten,
probeer ik nog. Daarna is eigenlijk

de hele wereld groter. Je kunt weggaan
zonder te groeten.