Dat vermag poëzie, zegt een lezer, dat komt dichterbij dan de lief,
dat is zoiets als de groenteboer die mij

groet terwijl ik nooit in zijn winkel kom, dat is de man van de hoek
die roept dat ik voorzichtig moet

doen terwijl hij zijn hond niet bij zich heeft, dat is de veerbaas die
over de zon begint en de vrouw op de brug die

zomaar even aan mijn jasje trekt en vraagt of ik dat zelf gedaan heb,
die witte steken op het zwart. Dat is het lezen

sowieso, dat dagelijks opstaan met mij, dat nog even schuilen en dan
de deur uitgaan. Dat is een man uit het publiek

die op zijn knie ligt voor een dichter en die drie giebelende meisjes
achterin, dat is de vrouw die zegt dat ze het hier

wel zou durven, zo op het podium en voor het eerst, u stelt gerust,
meent zij. De lief zou het er absoluut niet mee eens zijn.