Zoals bij jurkjes die uit de uitverkoop komen en gebakjes waarbij
er altijd eentje nog voor mijn moeder is, volgt er na

het beroep altijd een toevoeging als verontschuldiging. Ik kan
niet anders, ook niet uitgegeven werk telt,

de manlijke vorm graag en creativiteit als gevolg van armoede.
Maar toen we rijk waren, schreven we ook.

Een verdediging als waren we huisvrouw en betaling achterwege
bleef en contacten en vooruitzicht en bedankjes.

Een reden bedenken voor het leukste dat er is en dan nog twijfelen.
Kinderen tellen en wijzen op je buik, eindeloos anderen

in slaap zingen en zelf wakker blijven, ach weet u, zeggen en dan
merken dat er niemand luistert, ergens tegen aan botsen

en dan sorry zeggen. De bakker zegt nog ‘doe haar de groeten’ en
‘gezellig’, die mamma van mij was uiterst charmant.