Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: mamma (pagina 1 van 19)

met flutterig handgebaar

 

Ze wonen tegenover elkaar, twee kamers waartussen
een witte hal waarin ze hun rollators kunnen

keren en mij laten draaien, linksom, rechtsom zodat
ik net nog hun handen kan houden om

ze tegelijk beet te pakken en te vertellen over toen.
Dat lijkt althans de taak en ik neem het

heel serieus, zoals alles. Ik zie hen beiden maar iets
zorgt ervoor dat ze elkaar niet ontwaren,

ik hoor hun beider stemmen maar ze luisteren niet
naar elkaar en ik voel hun handen die

ze zelf niet meer uitwisselen. In mijn vaders grote
verdwaal ik opnieuw terwijl mijn mamma

venijnig knijpt, ik ben ontzettend moe van het staan
daar maar kan ze niet loslaten, tot nu.

het iets in mezelf

Ze was veel jonger nu en zorgelozer, het haar los en
lang en ze lachte om de manier waarop ik

in de woning naast haar met twee mannen leefde die
overigens meer van elkaar dan

van mij hielden maar me verzorgden met exquise hapjes
en ragfijne stoffen. Haar manier van

lopen op hoge hakken had ze aan mij overgedaan, zelf
was ze meer de boerenmeid van geboorte,

ook haar wangen waren roder en voller dan ik me wist.
Ik denk dat we even oud waren tenslotte

en vrij van elkaar en de anderen waren er niet. De tuin
was vol en kleurrijk, de bloemen kriskras

door elkaar, onze erven met de bekende hinkstap tegels
waar zij nu blootsvoets haar benen hoog hield.

als een vergeten jurkje

De dichter brengt me mijn moeder maar ook de mist die een
dag later dicht om de torens hier hangt, een

enkel beest blatend in een nabije verte, zwarte kraaien die uit
hemdsmouwen vliegen, de leegte van

dit schrijverschap, een bekentenis, hij lacht er een beetje bij,
het is zomer opeens weer, er

zijn nauwelijks bezoekers, klaterende keukengeluiden en een
kind dat speelt in de gang, gierende stadsgeluiden en

dichterbij het verspeelde heitelân, een uitzicht dat zich door
mijn ramen wisselt als het wit in slierten wegtrekt, daar

de ruimte, het zwart van haar aarde, de rozen tegen het huis,
het uitgestrekte wasgoed over het tere groen,

daar de doden, niet nagekomen beloften, gaten in een leeg
vertrek, haar koffer met bovenop het boek van goud.

een boekhoudkundige staat van dienst

 

Soms verwacht ik dat ze me nog belt, is het geen tijd
te melden dat het weer haar zo somber maakt,

heeft mijn vader niet weer iets doms gedaan, is mevrouw
S. weer niet voorbijgefietst, het hoofd

triomfantelijk achterover, schaterend over een vergrijp
dat veel eerder plaatsvond en moet er

nog maggi komen uit de tuin en wat heb ik nog meer
gemaakt? Vaak is het onvoorstelbaar dat

het telefoonnummer van mijn ouders allang verdwenen
is behalve in mijn hoofd en dat ik

heb moeten leren het niet meer te draaien. Soms ook
moet ik mijn pas nog inhouden om niet

naar haar toe te hollen en net voor haar behoedzaam
mijn warme hand in haar koude te leggen.

binnen de warme wand

Met een ernstig gezicht houdt hij een vierkant object dat
verpakt is in een laken dat zich juist wil openen

tussen zijn vingers, alles is te groot voor zijn kleine armen
vandaar ook zijn ernst en mijn mamma staat

achter hem en slaat haar armen om dat alles heen en helpt.
Voortdurend is zij aanwezig in mijn dromen

terwijl ze overdag alleen maar als een zomerse bui valt
bij voorkeur als ik met mijn handen stof schik,

dunne steekjes fabriceer op haar stalen nalatenschap of
opzij kijk op haar zomerjurk waarvan ik kleur en

motief nog steeds weet. Zij hangt daar met mijn broertje
die weer zoveel lijkt op mijn jongste, zo

bezocht hij me vannacht. In de ochtend zijn berichtje: of
ik mijn zonnebril op had bij de bliksem?

vlekken

Als ik met mijn hand door de bak met pruimen ga en een
voor een het fruit oppak, zie ik de rijpe vruchten op

het tuinpad van mijn ouders, zwaar van boven gevallen en
uit elkaar, de pit zichtbaar, nest van wespen en

vliegen, mieren, voetafdrukken van slippende haastige
voorbijgangers, de kleur uitgespreid tot in de

grasstrook aan de zijkant. Ik zie de volle schort van mijn
mamma en de blauwpaarse vlekken aan mijn

vingers, ik snijd de vruchten doormidden en wip de kern
eruit en zij sjouwt met de pan en maakt ons jam

tot in de volgende winter. Nu tel ik er zeven, zeventien dan
en reken ze af en wacht tot de kleur diep is en

de huid zacht en zoek met mijn tong het hart en spuug heel
zeker en ver naar beneden de nieuwe oogst.

die jubelende beweging

Dat als je je hand op tafel legt en de vingers spreidt,
wachtend op het moment dat de

messen erin gegooid worden, rakelings langs de
nerveuze vingers, je voor je bestaan tegen

het hout duwt en nog ziet hoe het je moeders handen
zijn, bijna dezelfde warmte terugkomt van

het oppervlak alsof je iemand weer een hand schud.
Dat van die circusact komt omdat je

licht ronddraait om je eigen as, je droomde evenwel
gruwelijk, niemand ook die te

bereiken was dus zat je daar maar en wachtte terwijl
de wereld zich hernam tot

schaterende proporties en je arm gewoon zwaaide
naar de clown met alle vingers er nog aan.

hoe jammer het is van die broodjes  

Zij verweet hem het schrijven. Ze nam hem het
gemak kwalijk waarmee hij zogenaamde

feiten overdreef en als het niet echt was gebeurd,
mocht hij het niet zeggen. Aan

de andere kant gaf ze hem de schuld van alles
dat er plaatsvond, dan zweeg hij.

Zijn schrijven was als al het schrijven een stille
wens tot communiceren, geen eerbaar

beroep misschien en de waarheid een selectieve
greep uit de wereld. De vier

zinnen die zij maakte waren heel behoedzame
pogingen, al kon je de inhoud

zingen en daarbij, van het ene op het andere been
gezet, tot over de landsgrens komen.

majesteiten

Huiswaarts spoedde ik om haar mijn verhaal voor te leggen,
mijn mamma zou mij verwachten, nieuwsgierig zijn naar
het vervolg, haar kritische vragen stellen, het

hoofd schudden, met koele hand mijn truitje recht trekken
onderwijl en wijzen op de losse zoom uit mijn jas en ik zou
in het voorbijgaan het nietapparaat van mijn

vaders bureau pakken en de losse stof aan elkaar hechten.
Dat hij daar niet zou zijn was vanzelfsprekend. De volgende
keren zou zij dan licht meewarig het hoofd

schudden om zoveel armoede en zulk impulsief gedrag en
ik, een weinig trots op kleine baldadigheid, in verzet tegen
haar zorgvuldigheid, zou uit het zinsverband

stappen en naald en draad ter hand nemen en teruggaan en
alles herstellen zoals het hoort. Een kring van schrijvers hield
mij tegen en wees op samenwerking en overleg,

mijn moeder had zich vermeerderd blijkbaar maar geen van
hen was zo lief als haar en ik legde moeizaam uit dat ik het
alleen wilde doen, alles en altijd. Ik legde

de jas over mijn schoot en streek over haar panden en zag
toen minuscule steekjes die keurig netjes de twee helften van
de onderkant bij elkaar hielden, rij op rij.

de A.

Het ruikt naar toen, zomers die ’s avonds eindigden
in de immense tuin, aardbeien die in een

koele ochtend nog geplukt werden voor het toetje,
tomaten die groot en wellustig ontmand

in de ovenschaal terecht kwamen, de bladeren van
de maggiplant die haar laatste restje woede

kregen, het langzaam wegtrekken van de hitte, het
gras al geel, de bomen naar een licht

wuiven, slapen boven de wollen dekens, vliegen boven
de lijfjes van de beesten, haar stem wat verheven,

zijn handen speelden dan nog wat, de klanken van het
harmonium, ontbijtbordjes die dan

alvast op tafel verschenen, haar langgerekt en traag
dichtschuiven van al onze gordijnen waarbij ze

even dan nog tegen de raamposten leunde en naar de
hemel keek en hem de sterren wees.

Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑