Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: mamma (pagina 1 van 20)

zij was reuze handig

Ze was het niet eens met mijn gezwalk in de nacht, zo
noemde zij het, haar scherpe ogen turend in

mijn zwakke vel, haar handen gevouwen in haar schoot,
buiten veelal het krijsend gevogelte dat zij

voerde of bomen die zwiepend tegen het glas beukten.
Er reden treinen waar geen rails lagen, mij

pappa was zo vreselijk afwezig en ik leek een beetje op
haar dochter, zei ze. Ik ben je dochter,

beweerde ik, en in de nacht slaap ik gewoon. Dan begon
langzaam het hoofd te schudden als een koppig

kind dat wist dat ze gelijk had, je weet best, zei ze, wat
ik bedoel. Dan keek ze even naar buiten, kwam

terug naar binnen en slingerde me mijn ongeloof in mijn
open mond. Nergens in, siste ze.

echt alleen voor hen

Hetzelfde boek, dezelfde lezer, andere markeringen in tijd en
plaats, andere aanduidingen, dezelfde

gretigheid, dezelfde moeite de enorme omvang in de hand te
houden, wisselen van het linker naar de

rechter. Een opdracht in potlood, twee briefjes halverwege, het
een van een kind uit de beginjaren, het gezin uit

het tweede deel, de ander een rijmpje voor de Sint, overgebleven
snoepgoed, waarschuwingen kinderlijk lachend

en niets van de man uit het eerste deel. Andere zegswijzen, een
nieuwe conclusie, een samenvatting die eerst

nog niet gegeven kon worden, een dode moeder, een overspelig
feit, een kind zo trouw, een beheersbaarheid,

ballen in de lucht, nog altijd het idee dat de act een andere is als
die van haar, nochtans dezelfde.

zoiets misschien

Verdriet hoort bij de nacht, bij het vruchteloos zoeken naar
het beeld dat je daarvoor nog droomde, gangen

in een huis waar je doorheen dwaalt, schimmen van haar
jurkje dat om de hoek verdwijnt, het

bodemloos kil verschieten van haar kleur, het roepen van
het kind dat haar niet bereikt, mijn mamma

vliegt. Verdriet hoort bij de eerste uren van de ochtend, het
zwart dat op je drukt, het ruiken van haar

eau-de-cologne, ze heeft het zakdoekje in vieren gevouwen
en nog op mijn voorhoofd gelegd, het

murmelen van haar taal terwijl ik haar wat wilde zeggen en
zij mij nooit meer zou verstaan, haar vinger

priemt nog in mijn lucht, ze wijst naar de stand van de maan,
zij voorspelt mij het weer en haar dagen.

ongeordende lichteffecten

Er zijn beduidend meer mensen in de supermarkt op die
ene stille ochtend en allemaal lopen ze te

zoeken naar dat missend ingrediënt dat noodzakelijk is
voor de familiedis later deze maand, het

zijn veelal de mannen die een rondje om wilden, zon
tenslotte, en nu aarzelend op een briefje

kijken en de looproute versperren of zelfs met kinderen
als onbetaalbare hulpjes een familie-uitje

organiseren rond het koffieapparaat. Mijn vader wachtte
die zeldzame keren bij de auto terwijl mijn

moeder voor het eerst van haar leven in een grote winkel
de Franse vruchtjes zocht, zonder papiertje en

zonder oponthoud, een beetje zoals ik altijd winkel: snel,
doelgericht en buiten bereik van de Kerstman.

in het gat

Hij filmde haar die laatste dagen zoals hij dat altijd deed
met iedereen die weg zou gaan, zichzelf

nog even in de spiegel groetend want ook hij zou, eens
en voorgoed, en hij hield de ogen open alsof

de ontmoeting de eerste was en hij zichzelf pas zag door
de lens, tussen alle attributen die opgestapeld

tussen ons en het gebaar lagen: de roze deken waarin zij
zich krulde, de bril op het boek op de tafel,

verbandjes op de wastafel, een potje zalf, de foto aan de
muur, daar waar zij vandaan kwam met

bomen die niet meer groeiden, en mij, als baby in zilver
gevat, niet tot lachen bereid nog en dan

de weg buiten, vriezend en wit zoals nu en de zon die over
die laatste akkers scheen terwijl hij draaide.

met flutterig handgebaar

 

Ze wonen tegenover elkaar, twee kamers waartussen
een witte hal waarin ze hun rollators kunnen

keren en mij laten draaien, linksom, rechtsom zodat
ik net nog hun handen kan houden om

ze tegelijk beet te pakken en te vertellen over toen.
Dat lijkt althans de taak en ik neem het

heel serieus, zoals alles. Ik zie hen beiden maar iets
zorgt ervoor dat ze elkaar niet ontwaren,

ik hoor hun beider stemmen maar ze luisteren niet
naar elkaar en ik voel hun handen die

ze zelf niet meer uitwisselen. In mijn vaders grote
verdwaal ik opnieuw terwijl mijn mamma

venijnig knijpt, ik ben ontzettend moe van het staan
daar maar kan ze niet loslaten, tot nu.

het iets in mezelf

Ze was veel jonger nu en zorgelozer, het haar los en
lang en ze lachte om de manier waarop ik

in de woning naast haar met twee mannen leefde die
overigens meer van elkaar dan

van mij hielden maar me verzorgden met exquise hapjes
en ragfijne stoffen. Haar manier van

lopen op hoge hakken had ze aan mij overgedaan, zelf
was ze meer de boerenmeid van geboorte,

ook haar wangen waren roder en voller dan ik me wist.
Ik denk dat we even oud waren tenslotte

en vrij van elkaar en de anderen waren er niet. De tuin
was vol en kleurrijk, de bloemen kriskras

door elkaar, onze erven met de bekende hinkstap tegels
waar zij nu blootsvoets haar benen hoog hield.

als een vergeten jurkje

De dichter brengt me mijn moeder maar ook de mist die een
dag later dicht om de torens hier hangt, een

enkel beest blatend in een nabije verte, zwarte kraaien die uit
hemdsmouwen vliegen, de leegte van

dit schrijverschap, een bekentenis, hij lacht er een beetje bij,
het is zomer opeens weer, er

zijn nauwelijks bezoekers, klaterende keukengeluiden en een
kind dat speelt in de gang, gierende stadsgeluiden en

dichterbij het verspeelde heitelân, een uitzicht dat zich door
mijn ramen wisselt als het wit in slierten wegtrekt, daar

de ruimte, het zwart van haar aarde, de rozen tegen het huis,
het uitgestrekte wasgoed over het tere groen,

daar de doden, niet nagekomen beloften, gaten in een leeg
vertrek, haar koffer met bovenop het boek van goud.

een boekhoudkundige staat van dienst

 

Soms verwacht ik dat ze me nog belt, is het geen tijd
te melden dat het weer haar zo somber maakt,

heeft mijn vader niet weer iets doms gedaan, is mevrouw
S. weer niet voorbijgefietst, het hoofd

triomfantelijk achterover, schaterend over een vergrijp
dat veel eerder plaatsvond en moet er

nog maggi komen uit de tuin en wat heb ik nog meer
gemaakt? Vaak is het onvoorstelbaar dat

het telefoonnummer van mijn ouders allang verdwenen
is behalve in mijn hoofd en dat ik

heb moeten leren het niet meer te draaien. Soms ook
moet ik mijn pas nog inhouden om niet

naar haar toe te hollen en net voor haar behoedzaam
mijn warme hand in haar koude te leggen.

binnen de warme wand

Met een ernstig gezicht houdt hij een vierkant object dat
verpakt is in een laken dat zich juist wil openen

tussen zijn vingers, alles is te groot voor zijn kleine armen
vandaar ook zijn ernst en mijn mamma staat

achter hem en slaat haar armen om dat alles heen en helpt.
Voortdurend is zij aanwezig in mijn dromen

terwijl ze overdag alleen maar als een zomerse bui valt
bij voorkeur als ik met mijn handen stof schik,

dunne steekjes fabriceer op haar stalen nalatenschap of
opzij kijk op haar zomerjurk waarvan ik kleur en

motief nog steeds weet. Zij hangt daar met mijn broertje
die weer zoveel lijkt op mijn jongste, zo

bezocht hij me vannacht. In de ochtend zijn berichtje: of
ik mijn zonnebril op had bij de bliksem?

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑